Historie met een knipoog

De Geschiedenis van Ulft begint in 1236 met een burcht: het reeds lang geleden verdwenen Slot Ulft. De waterburcht lag aan de samenvloeiing van de Oude IJssel en de AA-strang. De burcht had een watermolen, die als korenmolen werd gebruikt. Aan het eind van de 16e eeuw begon Ulft zich als dorp te ontwikkelen. Deze beschrijving begint rond 1850. Vanaf deze tijd is Ulft vrij snel gegroeid, met name na 1947.Belangrijk voor de ontwikkeling van Ulft en Gendringen was de aanwezigheid van de Oude IJssel en ijzeroer. IJzeroer was ruim aanwezig en gemakkelijk af te graven. De oerbanken onder de landbouwgronden waren erg schadelijk voor de landbouw en voor de boeren vormde het oer daarom een probleem. In 1753 ontstond het plan om op de plaats waar een watermolen had gestaan een ‘ijzermolen’ ofwel oerijzergieterij te beginnen. Hierdoor leverde het erts winst op en waren de boeren van hun probleem verlost. Al ver voor de Industriële revolutie tot Nederland doordrong was de productie van ijzer en ijzerwaren een begrip.In 1885 opende Bellaard, Becking en Bongers in Ulft een tweede ijzergieterij. Deze gieterij kreeg in de volksmond de naam “de nieuwe hut”. Dit bedrijf produceerde na de ontdekking van de gasbel bij Slochteren op grote schaal gashaarden voor de verwarming van woonhuizen. De Bocal-gashaard was een begrip in de verwarmingsindustrie en bij de consumenten. Einde zestigerjaren kwam de centrale verwarming en doordat het bedrijf te laat overschakelde ging het in 1970 failliet.

 Slot Ulft is een voormalig kasteel gelegen ten oosten van het gelijknamige dorp Ulft, onderdeel van de gemeente Oude IJsselstreekin de provincie Gelderland. De laatste resten zijn in 1892 gesloopt waarna op deze plek een boerderij werd gebouwd.

De oudste vermelding stamt uit 1326 toen het goed als Gelders leen beschreven stond in de voormalige heerlijkheid Ulft. Het kasteel lag strategisch ten noorden van de plek waar de Aa-strang en Oude IJssel samenvloeien en was mogelijk in aanleg een mottekasteel. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is het kasteel belegerd geweest. Bekende bewoners waren de Van slot ulftHeeckerens en later Willem IV van den Bergh en zijn vrouw Maria van Nassau. Na zijn dood neemt het kasteel af in belang, en trekken de graven van den Bergh zich terug op de residentie te Huis Bergh. Slot Ulft wordt dan uitsluitend als jachthuis gebruikt. In 1892 wordt de ruïne gesloopt en in 1896 wordt op deze plaats een boerderij gebouwd. Een afgeplatte slotheuvel is het enige wat herinnert aan het kasteel.

Keetje bij de Sluis kent ook een vermeldenswaardige historie. Het verhaal doet de ronde dat één van de graven van Bergh gedurende een aantal jaren in de middeleeuwen werd bedreigd door een aantal struikrovers. Zij verschansten zich, bij één van deze aanvallen op de graaf, vlakbij de sluis bij de ingang van het oude Ulft. Eén van de struikrovers wist jammer genoeg niet te ontsnappen en werd net op tijd gered door de boerin, woonachtig in een boerderijtje vlakbij de sluis. Hij werd verstopt in een schuurtje en voorzien van eten en onderdak. Dit heeft hem zijn leven gered. Overal waar hij later kwam, vertelde hij over de goede opvang en de kilo’s die hij gegroeid was door het voortreffelijke eten.

Dit wordt vandaag de dag nog steeds doorverteld: het eten bij het voormalige oude boerderijtje -nu “Keetje bij de Sluis”- is nog altijd van goede kwaliteit en flinke porties. Laat het u gaan als deze struikrover, die zijn leven te danken heeft gehad aan dit onderdak en het voortreffelijke eten.